Deelnemen aan de deeleconomie?

Deelnemen aan de deeleconomie?

‘Deeleconomie’ leek wel de nieuwe ‘groene economie’: elke week een nieuwe term, een nieuw label. Niemand die nog precies de verschillen snapt. Maar ook: een wildgroei van ideeën en initiatieven, vaak van de orde ‘dat niemand dit ooit eerder bedacht heeft!’. In dit stuk beperken we ons niet tot enkele observaties, geïllustreerd met voorbeelden van ‘buitenlandse consumentgerichte start-ups die het gemaakt hebben’. We vragen ons ook af wanneer het voor uw organisatie interessant kan zijn om structureel deel te nemen aan de deeleconomie.

Babylonische spraakverwarring

Vroeger wisten we precies wanneer neven of nichten uit hun kleding gegroeid waren, zodat de broeken, hemden en jasjes naar de volgende generatie neven en nichten kon verhuizen. We wisten welke slimme buur wel even onze belastingaangifte in kon vullen terwijl hij rustig onze stootkar kon komen lenen voor die ene keer per jaar dat hij die nodig had.

Na jaren van ongebreidelde economische groei, waarbij bezit het hoogste goed is, staan we op een omslagpunt, zo pleitten Botsman en Rogers in 2010. Nog geen jaar later nuanceren zij (en andere denkers in dit domein) hun enthousiasme over de deeleconomie, circular economy, sharing economy, P2P-economy, collaborative economy of wat het nieuwe label deze maand ook mag zijn.

Eerst even terug naar de essentie. In essentie is de mens een sociaal wezen, een groepsdier dat overleeft door schaarse resources te delen. Tijd, kennis, een bron, een mes. De deeleconomie ontstaat eigenlijk rond producten of diensten die niet voortdurend (meer) in gebruik zijn. Een grasmaaier gebruik je maar één keer per week, een houtverhakselaar of kettingzaag nog veel minder. Een uitgelezen roman of uitgekeken DVD-box overigens nóg veel minder. De crisis dwingt ons om wat meer op het geld te letten en de technologie brengt ons in contact met een veel grotere groep van mogelijk geïnteresseerden of aanbieders. Tot zover de korte samenvatting van het deeleconomieverhaal: er is behoefte aan en technologische mogelijkheid om platformen te creëren waar bezitters van onbenutte spulletjes en vragende partijen van diezelfde spulletjes elkaar kunnen vinden.

Deeleconomie: de paradox van massa en vertrouwen

deelnemen-aan-de-deeleconomie-phoneVeel deeleconomie initiatieven spelen hoofdzakelijk op het internet: platforms brengen ‘halers’ en ‘brengers’ bij elkaar. Daar speelt de wet van Metcalfe: “De waarde van een netwerk neemt kwadratisch toe met het aantal aangesloten apparaten”. Het wordt pas interessant om bij het platform aan te sluiten, als het heel veel gebruikers heeft. Een huisruilplatform wordt interessanter naarmate er huizen over heel de wereld heen op aangeboden worden en naarmate er een breed palet aan woningen beschikbaar is. Van flatje in de stad tot riante villa in de bossen. Als eerste en enige Peerby gebruiker in de regio viel er voor mij tot voor kort weinig te helpen of te vragen. Kortom: massa is een eerste vereiste voor het platform. Dit vereist enige vasthoudendheid en heel wat inspanningen. De massa komt namelijk pas wanneer het platform voldoende massa hééft om interessant te zijn, een lastige paradox.

Massa dus als lastige paradox. Maar bij nader toezicht is het verhaal nog een stuk complexer. Om te beginnen draait alles om vertrouwen. De buurman vertrouwde ik nog wel met mijn lange ladder. Maar wat als ik via Peerby een aanvraag krijg van een anonieme ‘buur’, zonder foto, die op 7km afstand woont? De kracht van platforms die aanbieders en vragers bij elkaar brengen, zit dus niet enkel in de massa en de snelheid. Het zit zeker ook in het systeem dat de betrouwbaarheid van de deelnemende partijen op een overtuigende en aansprekende manier onderbouwt. Het gebruik van referenties, ratings en sterren is al bijna een vanzelfsprekendheid. Met opnieuw een paradox: als ‘halers’ zich beperken tot ‘brengers’ met veel betrouwbaarheidssterren, hoe kan een nieuwe ‘brenger’ dan ooit vertrouwen opbouwen? Tripadvisor lijst 185 B&B’s in Berlijn, waarvan 30 met een waardering hoger dan 4 op 5. Waarom zou ik ooit nog het risico nemen om een B&B uit te kiezen die nog nooit een waardering kreeg? Kortom: alleen vertrouwde adressen worden vertrouwd.

40 miljard geitenwollensokken?

Een krachtig idee van de orde ‘dat niemand dit eerder heeft bedacht’ is dus verre van voldoende. Het vergt specifieke competenties, aanzienlijke investeringen en een lange adem om een platform ook echt succesvol te maken. Tegelijk vormt de verbonden massa een essentiële asset van een platform, waarbij de data die worden verzameld over grote aantallen gebruikers aanzienlijke (markt)waarde hebben. Zo wordt Uber momenteel op $ 40 miljard geschat!

Hoe verhouden kosten, investeringen, waarde van data en overname-aanbiedingen zich tot het doel van de organiserende partij? Bauwens schikt initiatieven in een assenstelsel waarvan de horizontale as het doel van de organisatie aangeeft: sociaal nut versus winstgedreven. Inderdaad, wat als sociaal initiatief begon, kan alras een commercieel karakter krijgen. Sommige platforms zijn opgericht met een eenduidig winstobjectief, zoals Uber. Andere platforms dan weer houden nadrukkelijk hun sociale doel vast, zoals Duurzameburen.nl. Weer andere sturen zorgvuldig op een evenwicht tussen het sociale doel en de economische realiteit. Peerby licht erg open én genuanceerd deze keuze toe. Het belang van massa speelt niet enkel op het niveau van het platform, maar ook op het niveau van de deelnemers. In een deeleconomie vind je het jammer om alleen in de auto te zitten en met 3 lege plaatsen rond te rijden; je neemt graag een paar mensen mee. Mogelijk vind je elkaar via een platform. Gevoelsmatig verandert de situatie volledig, wanneer je voor dat ritje laat betalen. We maken de sprong van deeleconomie naar verhuur. Zeker wanneer ‘ritjes verhuren’ voor tal van ondernemende mensen een bron van inkomsten wordt. Waarvoor ze in een auto gaan investeren…

Nederland deelt

Volgens recent onderzoek van NCDO delen Nederlanders massaal. Eten, kranten en tijdschriften en kennis staan voorop bij het delen. Maar jongeren hebben ook de weg gevonden naar het delen van DVD’s, huishoudelijke apparaten, woningen, fietsen, kleding en muziekinstrumenten. Daarbij valt op dat men vooral deelt met gekenden en via direct persoonlijk contact. Slechts 6% van de Nederlanders heeft ook al de weg gevonden naar internetplatforms en apps om te delen.

Deelnemen aan de deeleconomie?

Misschien behoort u tot deze 6% die zijn tent uitleent via Peerby en ondertussen zelf overnacht in een woning die via AirBnB geboekt is. Altruïstische motieven, een eurootje bijverdienen aan spullen die anders toch ongebruikt blijven en pure nieuwsgierigheid lopen hier mogelijk door elkaar. Maar hoe werkt het professioneel, voor uw organisatie? Zowel voor de potentiële ‘haler’ als voor de ‘brenger’ zijn er nogal wat haken en ogen.

Het lijkt bijvoorbeeld wel een hoop gedoe om als haler gebruik te maken van dit type platform. Voor al je zakelijke reizen steeds weer AirBnB opties afschuimen en contacten leggen? Voor een stuk kantoormeubilair wat bij een bedrijf 87km verderop overbodig geworden is, zelf vervoer regelen? En het zelf de trap opslepen en in elkaar schroeven, gaan we daar wel aan beginnen?

Voor de aanbieder spelen deze zelfde vragen en staat er nog een grote beer op de weg: levert deze activiteit voldoende rentabiliteit?

We zien erg vanzelfsprekend talloze initiatieven ontkiemen in C2C, al dan niet winstgedreven, al dan niet professioneel gemanaged. Even vanzelfsprekend lijken B2B initiatieven moeilijk verder te komen dan de papieren fase.

Een voorbeeld van een uitzondering is Het Groene Brein. Dit platform koppelt wetenschappers van verschillende disciplines en instituten aan ondernemers die op zoek zijn naar duurzame business(modellen). Vanuit de missie van wetenschappelijke instituten is deze stap niet zo groot. En dat brengt ons tot de essentie van de vraag ‘deelnemen aan de deeleconomie’: hoe nauw sluit dit aan bij de visie en missie van uw organisatie en hóe sluit het aan bij die visie en missie? Deze fit is een cruciale voorwaarde om ooit tot een succesvolle structurele deelname te kunnen komen, zeker als aanbieder. Structurele stappen in de deeleconomie vereisen namelijk dat (een deel van) de organisatie anders gaat denken en werken. Zelfs wanneer de fit met de visie en missie en het commitment van de top verzekerd zijn, blijft dit een voortdurende uitdaging om dit in te regelen binnen een staande organisatie.

Besluit over deeleconomie

Zelfs wanneer structurele deelname aan de deeleconomie voor uw organisatie binnen de visie en missie valt en gesteund wordt door de top is het een uitdagende verandering. Niet alleen om massa, snelheid en vertrouwen voor elkaar te krijgen, niet alleen om strategische keuzes te maken rond doel, organisatie, sturing, businessmodel en partners. Maar vooral voor de interne aansluiting.

We komen graag vrijblijvend met u verkennen hoe we ook uw organisatie kunnen helpen bij deze keuzes en bij de implementatie.

 

Bronnen

  • Bauwens M., Lievens J.: De Wereld Redden, met peer-to-peer naar een post-kapitalistische samenleving. Houtekiet, 2013.
  • Botsman R., Rogers R.: What’s Mine is Yours: The Rise of Collaborative Consumption. HarperBusiness, september 2010.
  • Carabain C., Heilbron M., van Geffen M.: Nederlanders en de deeleconomie. NCDO, Amsterdam, december 2013.
  • Ouishare magazine, 22 maart 2014.
  • Segenhout J.: Uber + Goldman = IPO. Financieel Dagblad, 22 januari 2015.

Geïnteresseerd? Neem contact op met:

kris-brees

Drs. Kris Brees

Er wordt gedacht dat marketing strategie het speelveld is voor Coke, Apple en Nike. Ik weet dat de uitdagingen pittiger zijn en er véél meer te winnen is in B2B. En nog meer in not-for-profit. Want marketing strategie gaat niet om commercials, maar om de aansluiting tussen organisatie en buitenwereld. En de vertaling naar actie.

Leer Drs. Kris Brees beter kennen